Rijssen nieuw

Afgezonderde particuliere vermogens

Deze bijdrage is erop gericht de definitieve regeling voor afgezonderde particuliere vermogens te schetsen, voorzien van enkele noten en toekomstverwachtingen.
De Nederlandse fiscale wetgever heeft tot en met 31 december 2009 geen adequate wettelijke regeling getroffen voor afgezonderde particuliere vermogens. Slechts in beleidsbesluiten is aangegeven dat duidelijkheid kon worden verkregen over de fiscale positie van afgezonderde particuliere vermogens door het sluiten van een transparantieovereenkomst. Het bestaan van een fiscaal zwevend vermogen werd hierbij per definitie uitgesloten. Ook in de praktijk is
gebleken dat het bestaan van fiscaal zwevend vermogen een doorn in het oog was van de Nederlandse fiscus.
Met ingang van 1 januari 2010 is nu het begrip afgezonderd particulier vermogen (hierna: APV) een feit. Hieronder wordt verstaan een vermogen waarmee meer dan bijkomstig een particulier belang wordt beoogd, tenzij tegenover de afzondering bepaalde economische rechten worden verkregen. Onder afzonderen van vermogen wordt verstaan het om niet of onder in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke voorwaarden rechtens dan wel in feite, direct of indirect afzonderen van vermogensbestanddelen. Ook wordt tot afzondering gerekend het rechtens dan wel in feite, direct of indirect vervreemden van vermogens
bestanddelen in het belang van de vervreemder, zijn/haar partner of bepaalde bloed- en aanverwanten. De definities van APV en afzonderen zijn door de staatssecretaris van Financiën bewust ruim gehouden, mede om toekomstige ontwikkelingen te kunnen ondervangen. 
Het betreft hier de toerekening van de opbrengsten en uitgaven van APV’s voor de heffing van inkomstenbelasting aan de inbrenger van dit vermogen, alsmede de uitzondering dat toerekening achterwege blijft voor zover het afgezonderd particulier vermogen voor bezittingen en schulden wordt betrokken in een belastingheffing naar de winst van ten minste 10% naar Nederlandse maatstaven. Op grond van de tegenbewijsregeling kunnen erfgenamen bewijzen dat zij geen begunstigde zijn van het afgezonderd particulier vermogen. 
In de Successiewet 1956 is met ingang van 1 januari 2010 een drietal fictiebepalingen opgenomen ten aanzien van APV’s. Allereerst is opgenomen een fictief erfrechtelijke verkrijging door de erfgenamen van een overledene aan wie een APV werd toegerekend. Een simultane regeling is opgenomen voor verkrijgingen uit het vermogen van een APV tijdens leven van een persoon of personen aan wie een APV wordt toegerekend. Een derde fictie in de Successiewet 1956 maakt het systeem sluitend. De afzondering van vermogen zelf wordt namelijk niet als verkrijging aangemerkt. 
Verwacht wordt dat het ‘Nederlandse’ gebruik van APV’s zal afnemen. Enerzijds vanwege het feit dat deze niet langer bijzondere fiscale voordelen bieden. Anderzijds vanwege het risico van onevenredige uitkomsten van de toerekeningssystematiek. Desalniettemin zal de nieuwe regeling ook impulsen geven aan het – al dan niet fiscaal geïnspireerde – gebruik van APV’s in andere kaders.

Wist u dat u met een samenlevingscontract fiscale voordelen kunt halen?