Rijssen nieuw

M en V zijn in 1991 gescheiden. In het destijds opgestelde echtscheidingsconvenant is afgesproken dat M jaarlijks een gedeelte (€ 12.000) van zijn pensioenuitkering zal uitbetalen aan zijn ex-echtgenote V. De inspecteur belast V voor de door haar ontvangen uitkering. Volgens V is dit onjuist. Zij stelt dat de pensioenuitkering niet door haar ex-echtgenoot aan haar wordt uitgekeerd, maar door de verzekeraar. Haar ex-echtgenoot fungeert slechts als ‘tussenschakel’. Zij is van mening dat zij een ‘zelfstandig recht’ heeft op de pensioenuitkering. Indien wordt rekening gehouden met de ingehouden loonheffing, kan zij verder niet meer voor deze uitkering worden belast.
Hof Den Haag is het niet met V eens. De door V ontvangen bedragen moeten als bruto alimentatie worden aangemerkt (art. 3.101 lid 1 onder b jo. art. 3.105 lid 1 onder a Wet IB 2001). De betalingen zijn immers overeengekomen in het echtscheidingsconvenant. Van ‘dubbele heffing’ is geen sprake nu de ex-echtgenoot het betaalde bedrag in aftrek kan brengen via de regeling van de persoonsgebondenaftrek (art. 6.3 lid 1 onder d jo art. 6.7 Wet lid 1 onder a Wet IB 2001). De pensioenuitkerende instantie heeft in casu de loonheffing ingehouden ten laste van M en dus niet ten laste van V. 
Kastelein wijst er in haar commentaar op dat het echtscheidingsconvenant is afgesloten in 1991. Toen was pensioenverrekening de standaard. Pensioenverevening (waarbij de ex-echtgenoot een eigen recht krijgt) is pas per 1 mei 1995 de norm geworden. De stelling dat de verzekeraar de pensioenuitkering aan V uitkeerde, kwam niet overeen met de feitelijke situatie. Immers, van pensioenverevening of conversie was in casu geen sprake geweest. V had dus geen ‘eigen recht’ jegens de verzekeraar op (een deel van) de pensioenuitkeringen. Volgens Kastelein heeft V bij het afsluiten van het echtscheidingsconvenant kennelijk onvoldoende rekening gehouden met de fiscale aspecten. Zij ging er – ten onrechte – vanuit dat de ontvangen betalingen ‘netto’ zouden zijn.

Hof Den Haag 6 juli 2010, nr 09/00046, NTFR 2010/1799

 

Wist u dat er vanaf 1 januari 2008 bij de koop van een huis een energielabel moet worden overlegd?